Stay the way you are.

Het werd pas tegen me gezegd. In een Facebookgesprek, en volledig tussen neus en lippen door, maar toen ik de woorden op mijn beeldscherm zag verschijnen kwamen ze om de een of andere reden heel erg binnen. Iemand die er geen behoefte aan had dat ik nog net iets meer ging lijken op de rest van zijn/haar vrienden – hoe leuk ‘ie die ook vindt -, maar juist graag wilde dat ik bleef zoals ik was, ‘cause this is really awesome’.

Daarmee gaf ‘ie onbewust antwoord op een vraag die vaak bij mij (of mijn onderbewustzijn, eigenlijk) rijst als ik in een groep ben. Als individu functioneer ik namelijk prima en zelfs zonder veel onzekerheden, maar zodra ik met een heel stel andere mensen ben vraag ik me toch af of ik me niet wat meer aan zou moeten passen, of op de rest zou moeten lijken. Dat gaat aan de ene kant altijd al vanzelf als je in een bepaald gezelschap bent – met sommige vrienden praat ik nou eenmaal over heel andere dingen dan met andere vrienden en daar horen ook bepaalde andere waarden en (gedrags)normen bij – en zo meng ik me dan ook altijd vrij gemakkelijk in groepen, gewoon een kwestie van sociale vaardigheden. Maar mijn grote analytische vermogen (en mijn liefde tot analyseren) leidt er vaak toe dat ik toch probeer te achterhalen wat die groep nou een groep maakt; wat mensen gelijk hebben en waarin ze op elkaar lijken.

flufffy

(meer…)

Als ex-fysiopatiënt

Ik moest er opeens aan denken toen ik op de bank bij mijn manuele therapeut lag. Tijdens die sessies – waarvan de derde zin standaard ‘Nou, doe je kleren maar uit’ is en ik dus altijd heel netjes, als uitzondering op alle andere dagen, matchend ondergoed draag – voeren we af en toe wel een kort gesprekje, maar het grootste gedeelte van de tijd wordt mijn neus een beetje platgedrukt door mijn armen die op elke andere manier in de weg liggen en is het dus gewoon stil omdat het nou eenmaal niet écht gemakkelijk praat. Ik vind het nooit erg, want mijn sessies zijn vaak strak aansluitend op mijn schooldag gepland en dan kan mijn hoofd vaak wel wat rust gebruiken. Zodoende vroeg ik me, terwijl mijn manuele therapeute ondertussen maar weer eens bewees dat dat stukje huid naast je ruggenwervels echt extréem gevoelig is, opeens af hoe mijn fysiotherapeute nou ook alweer heette.

arm2

Hoewel dat een vrij willekeurige gedachtesprong is, kwam het ook weer niet totaal uit de lucht vallen: op weg naar mijn manuele therapeute fiets ik ongeveer langs het gebouw van mijn (ex-)fysio en bovendien lig ik nog altijd voor dezelfde reden één keer in de twee maanden op die bank daar. In maart 2013 viel ik na zeven jaar vlekkeloos paardrijden van een paard genaamd Trouble dat nét iets te hoog was en nét iets te hard ging om gelijk weer heelhuids op te staan na mijn ontmoeting met de grond. Een uur later maakte ik mijn debuut als patiënt in het ziekenhuis en in de verdere week leerde ik hoe het voelt als je zoveel pijn hebt dat je er gewoon misselijk van wordt, dat ik toch écht geen pillen kan slikken, wat pijnscheuten van een gebroken bot(vlies) inhouden, hoe onwijs onhandig het is om alleen over een wc-bezoekje al tien minuten te doen en kortom: hoe fijn een gezond lichaam is waar je gewoon alles mee kan en geen pijn aan hebt.

(meer…)

Nee zeggen

Er was een tijd waarop mijn antwoord standaard ‘nee’ was. Niet omdat ik zo puberaal was dat ik me overal tegen wilde afzetten, maar meer omdat ik niet durfde, het ’teveel gedoe’ vond, er geen zin in had (mijn eigen planning was heilig in die tijd) of me bedacht dat het waarschijnlijk iets zou worden waarop iedereen het naar zijn of haar zin zou hebben, behalve ik. Ik vond nee zeggen en thuis blijven véél makkelijker dan ja zeggen, omdat ‘ja’ in de meeste gevallen de sleutel voor een onbekende situatie was en dat gewoon niet mijn ding was. Vandaar ook dat ik regelmatig assertief werd genoemd (dat is zo’n eigenschap die wel heel positief is, maar ook een soort keerzijde heeft – in mijn ogen in elk geval). Nee/ja zeggen is iets waar ik helemaal niet meer vaak bij stilsta, omdat het tegenwoordig veel minder problemen oplevert: ik zeg nu eigenlijk bijna altijd ja.

Dat heeft alles te maken met het feit dat ik nu liever spijt heb van dingen die ik heb gedaan, dan van dingen die ik niet heb gedaan. Het yolo-gehalte van die gedachte is vrij hoog en zo bedoel ik ‘m niet helemaal, maar het is wel zo dat ik liever tóch ja zeg op die uitnodiging voor een feestje ’s avonds terwijl ik het druk heb en er dan de volgende dagen achter kom dat dat eigenlijk gewoon teveel was, dan dat ik nog drie weken lang denk “had ik maar, had ik maar”. Hoe theoretisch ik ook ben, als het op levenslessen aankomt ben ik er toch echt van overtuigd dat je die uit de praktijk moet halen en dus is dat ook een kwestie van dingen maar ‘gewoon doen’. Dat is één van de redenen dat ik nu eigenlijk op bijna alle uitnodigingen ja zeg: als ik het niets vind, doe ik het gewoon niet nog een keer, maar over het algemeen zit ik nu in zo’n fijn milieu dat ik overal eigenlijk gewoon op in kan gaan, wetende dat het tóch wel leuk wordt. Als ik dan nee zeg heb ik al direct het idee dat ik iets mis en dat gevoel is heel vervelend.

IMG_3618b

(meer…)

Als je stopt jezelf te vergelijken

Ik ben niet onzeker. Ik heb m’n momentjes wel hoor; dan zou ik liever verdwijnen, mijn fiets pakken, opgaan in de mensenmassa, me verstoppen onder mijn dekens, gewoon om even niets onder ogen te komen. Dan wil ik niet geconfronteerd worden met vragen waar ik zelf ook geen antwoord op heb en me het liefste afsluiten van de buitenwereld die dingen van me verwacht die ik misschien wel helemaal niet waar kan maken. Meestal ben ik op zo’n moment vooral ontevreden over wat ik maak, hoe ik me gedraag of hoe ik eruit zie en raak ik daardoor gefrustreerd. Ik word boos omdat mij niets lijkt te lukken en ik al het vertrouwen verloren ben dat dat ooit nog gaat veranderen.

Als ik er een paar uur later op terugkijk, ben ik er vaak allang weer overheen. De momenten waarop ik onzeker en boos ben zijn vaak een opeenstapeling van dingen, een combinatie van factoren, en dat ene lullige ding waarom het leek te gaan was dan uiteindelijk alleen maar een vonkje dat de boel deed ontvlammen. Bovendien zijn de keren dat ik me totaal ontevreden voel vaak op zo’n moment dat ik eigenlijk helemaal niet de tijd heb om er heel lang bij stil te staan: ik moet me concentreren op een les, kom opeens iemand tegen die – tegen wil en dank in – voor afleiding zorgt of neem zélf het heft in handen en relativeer alles zoveel mogelijk met een momentje rust en goede muziek. Ik weet wat het is om onzeker te zijn, natuurlijk, heel goed zelfs. Echt vaak gebeurt het me alleen niet: op bijna elk moment van de week kan ik mezelf recht in de spiegel kijken en you go girl denken.

Dat is fijn, maar ook vreemd. Het is namelijk niet zo dat ik het allerknapste meisje ben, uitblink in fotograferen en bloggen, altijd aardig ben, alles altijd netjes op orde heb en ondertussen al mijn vriendschappen perfect onderhoud. Ik weet van mezelf dat ik heel veel dingen beter kan (en wil!) doen en bovendien zie ik overal om me heen mensen die ik eigenlijk wel een stukje leuker vind dan mezelf. Als ik er voor de grap ook nog eens bij stilsta dat zelfs zíj onzeker kunnen zijn over zichzelf, vraag ik me soms af hoe ik niet onzeker kan zijn. Uh, welke redenen heb ik er eigenlijk voor om zo zeker van mezelf te zijn als ik helemaal geen bijzonder fijn persoon ben?

comparing

(meer…)